ECLI:NL:CRVB:2013:BY9383
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1942, vroeg in juni 2011 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Duitse bezetting. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellant persoonlijk door oorlogsgeweld was getroffen.
Appellant bracht naar voren dat hij onder levensbedreigende omstandigheden vanuit Roermond naar Solingen was geëvacueerd en daar onder slechte omstandigheden had moeten leven. Uit de stukken bleek echter dat het vertrek naar Solingen niet het gevolg was van een maatregel van de bezettende macht, maar een vlucht uit voorzorg. Ook het verblijf in Solingen viel niet onder de Wubo, omdat er geen sprake was van vrijheidsberoving of specifieke oorlogsmaatregelen gericht tegen appellant.
De Raad oordeelde dat algemene oorlogsomstandigheden, hoe erbarmelijk ook, niet kwalificeren als oorlogsgeweld in de zin van de Wubo. Vergelijkingen met andere erkende gevallen faalden omdat die personen persoonlijk door oorlogsgeweld waren getroffen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant wordt niet erkend als burger-oorlogsslachtoffer.