ECLI:NL:CRVB:2012:BW8518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere omstandigheden bij toekenning Wajong-uitkering en ingangsdatum
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de ingangsdatum van zijn Wajong-uitkering werd vastgesteld op 12 januari 2008. Hij stelde dat vanwege zijn psychische beperkingen en verslavingsproblematiek sprake was van bijzondere omstandigheden die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Uit de medische gegevens, waaronder een rapport van Pro Justitia, blijkt niet dat appellant zodanig beperkt was dat hij niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen. Bovendien was appellant in staat om met hulp andere uitkeringen aan te vragen.
De Raad overweegt dat onbekendheid met de Wajong-regeling geen bijzondere omstandigheid vormt. De aangevoerde eerdere jurisprudentie is niet vergelijkbaar met de situatie van appellant. Er is dan ook geen reden om af te wijken van de wettelijke regel dat de uitkering niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de datum van aanvraag.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het bezwaar van appellant wordt afgewezen. De Raad ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De ingangsdatum van de Wajong-uitkering wordt bevestigd op 12 januari 2008 zonder erkenning van bijzondere omstandigheden.