ECLI:NL:CRVB:2012:BW8695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante ontvangt sinds 2003 bijstand als alleenstaande ouder. In 2005 is haar vermogen vastgesteld op €10.955,13. In 2008 heeft het dagelijks bestuur de bijstand ingetrokken omdat haar vermogen hoger was dan het vrij te laten bedrag van €5.325. Na bezwaar stelde het bestuur het vermogen vast op €9.590,48, maar handhaafde de intrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het bestuur ten onrechte geen rekening hield met toekomstige kosten zoals ziektekosten en vervanging van duurzame gebruiksgoederen, en dat zij onvoldoende geïnformeerd was over de gevolgen van normwijziging. Ook stelde zij dat de waarde van haar levensverzekering onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat toekomstige kosten niet van het vermogen mogen worden afgetrokken omdat deze niet in de wet zijn genoemd. Ook was er geen sprake van onzorgvuldige of onjuiste vermogensvaststelling. De waarde van de levensverzekering werd ten gunste van appellante vastgesteld op de waarde in 2005. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen. Het hoger beroep faalde, en de intrekking van de bijstand werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.