ECLI:NL:CRVB:2012:BW9123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering op medische en arbeidskundige gronden bevestigd
Appellant heeft op 23 april 2010 een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV bij besluit van 5 augustus 2010 werd toegekend met ingang van 17 oktober 2009. Vervolgens besloot het UWV eveneens op 5 augustus 2010 dat het recht op de WIA-uitkering per 15 maart 2010 zou eindigen, met feitelijke beëindiging per 1 september 2010. Bij een later besluit van 12 november 2010 werd de beëindigingsdatum vastgesteld op 1 oktober 2010 en het bezwaar van appellant tegen het eerdere besluit afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij zich kon verenigen met zowel de medische als arbeidskundige onderbouwing van het besluit. In hoger beroep stelde appellant dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) uit 2008 verouderd was en daarom niet als basis kon dienen voor de herbeoordeling van 2010.
De Raad overwoog dat appellant in hoger beroep geen nieuwe of aanvullende objectief-medische gegevens had ingebracht en enkel eerdere gronden herhaalde. De Raad onderschreef de overwegingen en het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering op basis van voldoende medische en arbeidskundige gronden.