ECLI:NL:CRVB:2012:BW9168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor vervanging linnenkast wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van vervanging van een linnenkast, welke door het college van burgemeester en wethouders van Groningen werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en heropende het onderzoek voor een verzoek tot schadevergoeding wegens schending van de redelijke termijn.
Appellant stelde dat hij door schulden niet kon reserveren voor de kast en dat het college nader onderzoek naar die schulden had moeten doen. Tevens verzocht hij om herbeoordeling van eerder afgewezen wrakingsverzoeken en om schadevergoeding wegens schending van artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat wrakingsverzoeken niet opnieuw beoordeeld kunnen worden vanwege artikel 8:18 Awb Pro. Verder stelde de Raad vast dat kosten van huisraad zoals een linnenkast tot de incidenteel noodzakelijke kosten behoren die in principe uit het inkomen moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. Schulden en het ontbreken van reserveringsruimte vormen geen bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Ook is geen schending van de redelijke termijn vastgesteld.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor vervanging van een linnenkast wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.