ECLI:NL:CRVB:2012:BW9314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing halfwezenuitkering wegens ontbreken wettelijke moederstatus ondanks postume adoptie
Betrokkene was gehuwd met zijn echtgenote, met wie hij samen een zoon heeft opgevoed die uit een andere relatie is geboren. Na het overlijden van zijn echtgenote vroeg betrokkene een halfwezenuitkering aan op grond van de ANW, welke werd geweigerd omdat de echtgenote niet als moeder van de zoon kon worden aangemerkt volgens het Burgerlijk Wetboek.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van buitengewone omstandigheden en kende de uitkering toe, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak. De Raad stelde dat de wettelijke voorwaarden voor een halfwezenuitkering strikt moeten worden toegepast en dat de echtgenote pas postuum de zoon heeft geadopteerd, waarbij de adoptie geen terugwerkende kracht heeft.
Hierdoor was ten tijde van het overlijden van de echtgenote geen sprake van twee ouders, wat een vereiste is voor het begrip halfwees in de ANW. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de halfwezenuitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de halfwezenuitkering wordt geweigerd omdat de echtgenote niet de moeder was volgens het BW ten tijde van haar overlijden.