ECLI:NL:CRVB:2012:BW9402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage frameprothese wegens ontbrekende medische noodzaak
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van € 327,55 voor een frameprothese. Het college wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat een frameprothese medisch noodzakelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad toetste de aanvraag aan de WWB en de Richtlijnen Bijzondere Bijstand. Volgens vaste rechtspraak geldt de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening voor tandheelkundige kosten. De Raad bevestigde dat het college het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent had toegepast.
Er was twijfel over de noodzaak van de frameprothese. Een medisch advies van een arts stelde dat een plaatprothese een goedkopere oplossing is en dat de medische noodzaak niet was aangetoond. Appellant overhandigde pas laat een tandartsverklaring die slechts stelde dat de keuze correct was, maar geen medische noodzaak aantoonde.
De Raad concludeerde dat de medische noodzaak niet vaststond en wees het hoger beroep af. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van een frameprothese wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.