ECLI:NL:CRVB:2009:BK4230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten op grond van voorliggende voorziening
Betrokkene heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandheelkundige behandelingen ter waarde van €2.504,96. De gemeente Amsterdam wees de aanvraag af omdat sinds 1 januari 2006 de Zorgverzekeringswet (Zvw) geldt als een toereikende en passende voorliggende voorziening voor dergelijke kosten. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval nader onderzoek naar de redenen waarom de tandartskosten niet volledig werden vergoed.
De gemeente ging in hoger beroep en handhaafde de afwijzing, stellende dat de wetgever bewust beperkingen heeft gesteld aan het verstrekkingenpakket onder de Zvw en dat geen ruimte bestaat voor eigen onderzoek naar de noodzakelijkheid van de kosten. De Centrale Raad oordeelde dat artikel 15 van Pro de WWB geen recht op bijstand geeft indien een passende voorliggende voorziening bestaat, ook als deze niet volledig vergoedt.
Verder werd vastgesteld dat geen acute noodsituatie bestond die toepassing van artikel 16 WWB Pro rechtvaardigt. Daarom werd het beroep van betrokkene ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 17 november 2008 vernietigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wordt bevestigd omdat de Zorgverzekeringswet als passende voorliggende voorziening geldt en geen acute noodsituatie is vastgesteld.