ECLI:NL:CRVB:2012:BW9743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld buitenlands onroerend goed
Appellante en haar overleden echtgenoot ontvingen bijstand volgens de WWB. Tijdens een rechtmatigheidsonderzoek kwam naar voren dat zij beschikten over een appartementencomplex en werkplaatsen in Turkije, die niet waren gemeld aan het college. De waarde van het onroerend goed werd door een lokale taxateur geschat op €276.000, aanzienlijk hoger dan de eerder opgegeven waarde van €4.000.
Het college trok de bijstand over de periode van 1996 tot 2007 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onvoldoende was, de waarde te hoog was vastgesteld, zij niet op de hoogte was van de financiële situatie en dat de terugvordering was verjaard.
De Raad oordeelde dat het rapport van de ambassade en taxaties een toereikende grondslag boden voor de vaststelling van het vermogen. Appellante had de inlichtingenplicht geschonden door het niet melden van het onroerend goed, ondanks ondertekening van formulieren. De verjaring van de terugvordering werd verworpen omdat het college tijdig bekend was met de feiten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.