ECLI:NL:CRVB:2016:2495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens woningbezit in Turkije
Appellant ontving sinds 1993 bijstand en had deze in 2013 ingetrokken gekregen vanwege bezit van een woning in Turkije, geregistreerd bij de lokale onroerendezaakbelasting. Na een nieuwe aanvraag in 2014 wees het college deze af omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij niet over de woning kon beschikken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen eigenaar was omdat de woning niet in het kadaster stond en dat de woning nog verdeeld moest worden onder erfgenamen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van kadasterregistratie niet afdoet aan de betekenis van de gemeentelijke registratie en het betalen van onroerendezaakbelasting. Appellant slaagde er niet in met objectieve gegevens aan te tonen dat hij niet over de woning kon beschikken.
De Raad concludeerde dat er geen wijziging van omstandigheden was ten opzichte van het eerdere intrekkingsbesluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het bezit van een woning in Turkije.