ECLI:NL:CRVB:2012:BW9759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over bijzondere bijstand voor mondzorgkosten met toepassing buitenwettelijk beleid
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van een mondhygiënische behandeling. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden verleende bijstand tot €362, waarbij €250 werd afgetrokken omdat dit bedrag volgens het college zou zijn vergoed als appellante de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering had afgesloten.
Appellante stelde in hoger beroep dat deze korting onterecht was, omdat de kosten noodgedwongen waren en het gevolg van een fout van de tandarts. De Raad overwoog dat sinds 2006 de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en dat bijstand in beginsel niet wordt verleend voor niet-noodzakelijke zorg die onder de Zvw valt.
Verder oordeelde de Raad dat geen sprake was van een acute noodsituatie die bijzondere bijstand op grond van artikel 16 WWB Pro rechtvaardigt. Het college had het buitenwettelijk begunstigend beleid toegepast door de vergoeding van de collectieve verzekering in mindering te brengen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het college wordt bevestigd.