ECLI:NL:CRVB:2012:BW9772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename beperkingen binnen vijf jaar
Appellante viel in 1998 uit wegens psychische klachten en kreeg vanaf 1999 een WAO-uitkering toegekend, die in 2000 werd ingetrokken. Na een periode van herstel en werkhervatting deed zij in 2008 een nieuwe aanvraag voor WAO vanwege toegenomen psychische klachten en de ziekte van Crohn. Het UWV wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan de vereiste van een toename van beperkingen binnen vijf jaar na intrekking van de eerdere uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de nieuwe darmklachten niet konden worden betrokken bij de beoordeling en dat er geen bewijs was van een toename van beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de ziekte van Crohn en haar psychische klachten elkaar beïnvloeden en dat dit tot een toename van beperkingen leidde.
De Raad oordeelde echter dat de darmklachten nieuwe klachten zijn en dat de psychische beperkingen niet significant waren toegenomen binnen de relevante periode. De rapportages van bezwaarverzekeringsartsen ondersteunden dit oordeel, waarbij de psychische toestand in 2009/2010 geen terugwerkende kracht had op de beoordelingsperiode. Er was geen oorzakelijk verband tussen de psychische klachten en de ziekte van Crohn dat tot toename van beperkingen leidde.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een relevante toename van beperkingen binnen vijf jaar na intrekking.