ECLI:NL:CRVB:2012:BW9862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor incidentele kosten terugkeer minderjarige zoon
Appellante, een alleenstaande moeder die bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten die ontstonden door de onverwachte terugkeer van haar minderjarige zoon. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten volgens hen algemene noodzakelijke kosten van het bestaan zijn en niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de kosten voor bed, kast, bureau en fiets incidenteel voorkomen en volgens vaste rechtspraak uit het inkomen moeten worden betaald, hetzij door reservering, hetzij door gespreide betaling via een lening.
Appellante kon volgens het college een lening bij de Volkskredietbank aanvragen, maar zag hier bewust van af. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat haar situatie niet vergelijkbaar is met gezinshereniging zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000. De Raad concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de incidentele kosten van de terugkeer van de minderjarige zoon wordt bevestigd.