ECLI:NL:CRVB:2012:BX0625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na operatie Bochdalek hernia
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan, maar het UWV wees dit af omdat de eerste ziektedag na zijn zeventiende verjaardag lag en hij toen niet studeerde. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat beperkingen door de Bochdalek hernia na operaties in 1984 waren opgeheven en dat de arbeidsongeschiktheid op minder dan 25% moest worden gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat er geen medische aanwijzingen waren dat beperkingen na 1984 bleven bestaan. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten voortduurden en zelfs waren toegenomen, mede ondersteund door een rapport van een medisch adviseur.
De Raad oordeelde echter dat het rapport geen objectieve medische gegevens bevatte die afweken van de eerdere conclusies. Ook het tijdsverloop en het ontbreken van medische gegevens tot 1999 werkten in het nadeel van appellant. De Raad bevestigde dat de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 25% is vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.