ECLI:NL:CRVB:2012:BX1131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College niet bevoegd om aanvraag bijstand buiten behandeling te laten wegens onjuiste adressering
Appellant diende op 4 augustus 2009 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage. Het college verzocht appellant bij brief van 11 augustus 2009 om aanvullende gegevens te verstrekken binnen een gestelde termijn, met de waarschuwing dat bij niet-tijdige aanlevering de aanvraag niet behandeld zou worden.
Het college stelde de aanvraag op 26 augustus 2009 buiten behandeling omdat appellant niet binnen de termijn de gevraagde gegevens had ingeleverd. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de brief van 11 augustus 2009 niet had ontvangen omdat deze niet naar het juiste adres was gestuurd. De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de brief appellant had bereikt, mede omdat de brief niet aangetekend was en naar een verkeerd adres was verzonden. Hierdoor kon appellant niet worden verweten dat hij de gevraagde gegevens niet tijdig had ingeleverd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het college wegens strijd met de wet. Het college werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd opgemerkt dat appellant inmiddels bijstand ontvangt sinds 6 oktober 2009 na een nieuwe aanvraag.
Uitkomst: Het college is niet bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen vanwege onjuiste adressering; het besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.