ECLI:NL:CRVB:2012:BX1141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vrij te laten vermogen en terugvordering bijstand volgens WWB
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder. Het college trok het recht op bijstand in voor de periode 11 mei 2010 tot en met 31 augustus 2010 vanwege een overschrijding van het vrij te laten vermogen, bestaande uit de waarde van een auto en een ontvangen schadevergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het standpunt van appellante gevolgd dat het saldo op de spaarrekeningen van haar dochters niet als vermogen mag worden meegeteld. Het college stelde daarop het terug te vorderen bedrag lager vast en beperkte de periode van intrekking van de bijstand dienovereenkomstig.
De Raad vernietigt het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen waarbij het terug te vorderen bedrag wordt vastgesteld op € 704,12. Tevens dient het college de onterecht teruggevorderde bedragen met wettelijke rente te vergoeden en de periode van intrekking van de bijstand aan te passen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het terug te vorderen bedrag vastgesteld op € 704,12 met een corresponderende intrekkingsperiode.