ECLI:NL:CRVB:2012:BX1270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stond ingeschreven op een uitkeringsadres in Utrecht. Na de geboorte van haar tweede kind en een onderzoek door de sociale recherche werd vastgesteld dat zij niet haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Het college trok de bijstand met ingang van 20 oktober 2008 in en vorderde een bedrag terug.
Het college herzag het besluit deels, maar handhaafde de intrekking vanaf 12 april 2009 wegens het ontbreken van het hoofdverblijf. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres en overlegde verklaringen van derden.
De Raad oordeelde dat het standpunt van het college op een toereikende grondslag berust, waarbij het huisbezoek op 7 augustus 2009 en de verklaringen van appellante doorslaggevend waren. De woning was slechts gedeeltelijk ingericht, er waren geen babyspullen en geen recente administratie aanwezig. De verklaringen van appellante en derden bevatten onvoldoende concrete feiten om het oordeel te weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens ontbreken van het hoofdverblijf op het uitkeringsadres wordt bevestigd.