ECLI:NL:CRVB:2012:BX1690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleving arbeidsverplichtingen WWB
Appellant ontving bijstand en was verplicht tot arbeidsinschakeling volgens artikel 9 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het college verlaagde zijn bijstand meerdere malen vanwege het niet naleven van afspraken omtrent re-integratie en opleiding.
Appellant begon niet met een traject bij EWAS en meldde zich ziek zonder geldige medische verklaring. Ook was hij vaak afwezig bij zijn lasopleiding zonder geldige reden. Het college legde op grond hiervan verschillende verlagingen van de bijstand op, waarvan appellant de rechtmatigheid betwistte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het traject passend was en dat geen sprake was van een maatregel met terugwerkende kracht. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij arbeidsongeschikt was op de dagen van afwezigheid. De Raad zag geen reden om de maatregelen te matigen gezien de ernst van de gedragingen en de omstandigheden.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen, waarin de verlagingen werden vastgesteld op 40% in plaats van hoger, werd bevestigd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
De Raad wees ook het verzoek tot proceskostenvergoeding af en bevestigde daarmee het bestreden besluit van het college.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.