ECLI:NL:CRVB:2012:BX1769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling Tijdspaarfonds geen betaling aan derde in WW-situatie
Betrokkene was werkzaam bij Bouw- en Onderhoudsbedrijf Haanko BV toen het faillissement van de werkgever werd uitgesproken. De curator zegde het dienstverband op met inachtneming van de kortst mogelijke opzegtermijn. Betrokkene verzocht het UWV om overname van de betalingsverplichtingen van de werkgever op grond van de Werkloosheidswet (WW).
Het geschil betrof de vraag of de werkgever de vergoeding voor vrij opneembare roostervrije dagen en kort verzuimdagen, die via het Tijdspaarfonds worden gestort, moest betalen over een periode van maximaal een jaar of slechts over 13 weken plus de opzegtermijn. De rechtbank oordeelde dat Cordares, het administratiekantoor van het Tijdspaarfonds, een derde was, waardoor de betalingsverplichting over een langere periode moest worden overgenomen.
De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat noch Cordares noch het Tijdspaarfonds als derde in de zin van artikel 64 WW Pro kunnen worden beschouwd. De stortingen zijn feitelijk directe stortingen op een individuele rekening van de werknemer, waarover deze vrij kan beschikken. Dit onderscheidt het Tijdspaarfonds van pensioenfondsen en andere derden.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af. De betalingsverplichting van de werkgever is terecht berekend over een periode van 13 weken plus de opzegtermijn.
Uitkomst: De betalingsverplichting van de werkgever is terecht berekend over 13 weken plus de opzegtermijn; het beroep wordt ongegrond verklaard.