ECLI:NL:CRVB:2012:BX1774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting werkgever inzake Tijdspaarfonds niet aan te merken als betaling aan derde in WW
Betrokkene was werkzaam bij Bouw- en Onderhoudsbedrijf Haanko BV toen het faillissement van de werkgever werd uitgesproken. De curator zegde het dienstverband op met inachtneming van de kortst mogelijke opzegtermijn. Betrokkene maakte bezwaar tegen de berekening van zijn uitkering, met name over de vergoeding van vrij opneembare roostervrije dagen en kort verzuimdagen.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van appellant vernietigd, waarbij zij oordeelde dat Cordares, het administratiekantoor van het Tijdspaarfonds, als derde moest worden beschouwd. Dit leidde tot een langere periode waarover de betalingsverplichting werd overgenomen.
In hoger beroep handhaafden partijen hun standpunten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat noch Cordares, noch het Tijdspaarfonds als derde in de zin van artikel 64, eerste lid, onder c, van de WW kunnen worden beschouwd. De stortingen zijn feitelijk direct beschikbaar voor de werknemer en vergelijkbaar met een storting op een bankrekening. Hierdoor is de betalingsverplichting terecht beperkt tot 13 weken plus de opzegtermijn.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De betalingsverplichting van de werkgever inzake het Tijdspaarfonds is terecht berekend over 13 weken plus de opzegtermijn en niet over een periode van maximaal een jaar.