ECLI:NL:CRVB:2012:BX1776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante en haar ex-partner ontvingen bijstand sinds 1995, aanvankelijk als gehuwden en na hun scheiding als alleenstaanden. In 2008 kwam aan het licht dat de ex-partner eigenaar was van onroerend goed in Marokko, wat niet was gemeld bij de aanvraag van bijstand. Dit leidde tot een fraudemelding en onderzoek door de sociale recherche en buitenlandse instanties.
Op basis van het onderzoek besloot het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen de bijstand over de periode van 1997 tot 2007 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen. Appellante voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van het eigendom en dat zij naar eer en geweten had gehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens procedurele fouten, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het collegebesluit. De Raad oordeelde dat partners in gezinsbijstand zich niet kunnen beroepen op onbekendheid met het handelen van de ander en dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering.
Het hoger beroep van appellante werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.