ECLI:NL:RBARN:2010:BM2239
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding buitenlands onroerend goed
Eisers ontvingen bijstand van de gemeente Nijmegen en werden geconfronteerd met intrekking en terugvordering van deze bijstand omdat zij niet hadden gemeld dat zij eigenaar waren van een woning in Marokko. Verweerder stelde dat de waarde van deze woning de vermogensgrens overschreed, waardoor geen recht op bijstand bestond.
De rechtbank stelt vast dat eisers de inlichtingenplicht hebben geschonden door het bezit van de woning niet te melden. De rechtbank oordeelt dat het vermogen in de woning in Marokko in aanmerking moet worden genomen, omdat eiser redelijkerwijs over dit vermogen kon beschikken. De door verweerder gehanteerde taxatiewaarde van circa €210.000 werd door eiser betwist met een eigen taxatierapport van circa €31.000.
De rechtbank vindt dat verweerder niet zonder nader onderzoek mocht uitgaan van de hogere taxatiewaarde en dat de waarde van de woning in de gehele periode niet duidelijk is vastgesteld. Daarom zijn de besluiten onvoldoende gemotiveerd en worden vernietigd. De rechtsgevolgen blijven echter in stand omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat hun vermogen onder de vermogensgrens lag. Verweerder was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Verzoeken tot matiging en schadevergoeding worden afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende motivering, maar handhaaft de rechtsgevolgen omdat eisers niet aannemelijk maakten recht op bijstand.