ECLI:NL:CRVB:2012:BX1783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf december 2008. Naar aanleiding van een belastingsignaal ontving het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage gegevens waaruit bleek dat appellant in de periode van 20 april tot en met 8 mei 2009 via een uitzendbureau bij een inlener had gewerkt en daarvoor loon had ontvangen. Het college herzag daarop de bijstand en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug.
Appellant stelde dat niet hij, maar een ander met zijn naam en burgerservicenummer had gewerkt. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een tekortschietende onderzoeksplicht van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat uit gegevens bleek dat appellant wel had gewerkt.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het college aan zijn onderzoeksplicht en bewijslast had voldaan. De gegevens van het uitzendbureau, de Belastingdienst en de inlener waren consistent en gaven aan dat appellant had gewerkt en loon had ontvangen. Appellant kon het tegendeel niet aannemelijk maken, bijvoorbeeld door bewijs van misbruik van zijn burgerservicenummer. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant in de relevante periode heeft gewerkt en loon heeft ontvangen, waardoor de herziening en terugvordering van bijstand terecht is.