ECLI:NL:CRVB:2012:BX1890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting werkgever Tijdspaarfonds niet aan te merken als betaling aan derde in WW
Betrokkene was werkzaam bij een werkgever die failliet werd verklaard. De curator zegde het dienstverband op met inachtneming van de kortst mogelijke opzegtermijn. Betrokkene verzocht het UWV om overname van betalingsverplichtingen van de werkgever, waaronder vergoedingen voor vrij opneembare roostervrije dagen en kort verzuimdagen die via het Tijdspaarfonds worden geregeld.
Het UWV kende een uitkering toe over een periode van 13 weken plus de opzegtermijn. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat de betalingsverplichting over maximaal een jaar moest worden overgenomen. De rechtbank gaf hem gelijk, maar het hoger beroep van het UWV leidde tot vernietiging van die uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat noch Cordares, noch het Tijdspaarfonds als een derde in de zin van artikel 64, eerste lid, onder c, van de WW kan worden beschouwd. De stortingen zijn feitelijk directe stortingen op een individuele rekening van de werknemer, waarover hij vrij kan beschikken. De praktische beperkingen in het aanvraagproces veranderen hier niets aan.
Daarom is de betalingsverplichting terecht beperkt tot 13 weken plus de opzegtermijn. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De betalingsverplichting van de werkgever aan het Tijdspaarfonds is terecht berekend over 13 weken plus de opzegtermijn en niet over een periode van maximaal een jaar.