ECLI:NL:CRVB:2012:BX1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling Tijdspaarfonds niet gelijkgesteld aan betaling aan derde in WW
Betrokkene was werkzaam bij een werkgever die failliet ging, waarna de curator het dienstverband opzegde. Betrokkene vroeg het UWV om overname van betalingsverplichtingen van de werkgever op grond van de WW, waaronder vergoedingen voor vrij opneembare roostervrije dagen en kort verzuimdagen die via het Tijdspaarfonds worden geregeld.
Het geschil betrof de vraag of deze vergoedingen als bedragen aan derden in de zin van artikel 64 WW Pro moesten worden beschouwd, wat zou leiden tot een langere overnameperiode van maximaal een jaar in plaats van 13 weken plus opzegtermijn. De rechtbank oordeelde dat Cordares, het administratiekantoor van het Tijdspaarfonds, een derde was, maar de Centrale Raad van Beroep volgde dit niet.
De Raad stelde dat het Tijdspaarfonds en Cordares slechts een administratieve rol vervullen en dat stortingen in het Tijdspaarfonds feitelijk directe stortingen op een individuele rekening van de werknemer zijn, waarover de werknemer vrij kan beschikken. Hierdoor kwalificeren deze betalingen niet als aan derden verschuldigd. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat stortingen in het Tijdspaarfonds geen betalingen aan derden zijn en bevestigt de berekening van de betalingsverplichting over 13 weken plus opzegtermijn.