ECLI:NL:CRVB:2012:BX1901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling Tijdspaarfonds geen betaling aan derde in zin van Werkloosheidswet
Betrokkene was in dienst bij een werkgever die failliet ging. De werkgever had nagelaten betalingen te doen aan het Tijdspaarfonds voor vrij opneembare roostervrije dagen en kort verzuimdagen. Betrokkene verzocht het UWV om overname van deze betalingsverplichtingen op grond van de WW. Het UWV kende een uitkering toe over een periode van 13 weken plus de opzegtermijn, maar betrokkene stelde dat dit over een periode van maximaal een jaar had moeten zijn.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat noch Cordares, de administratieve uitvoerder van het Tijdspaarfonds, noch het Tijdspaarfonds zelf als een derde in de zin van artikel 64, eerste lid, onder c, van de WW kunnen worden beschouwd. De stortingen zijn feitelijk te beschouwen als directe stortingen op een individuele rekening van de werknemer.
De Raad benadrukt dat de werknemer over de gestorte bedragen vrije beschikking heeft en dat het Tijdspaarfonds slechts een administratief intermediair is zonder invorderingsbevoegdheden jegens de werkgever. Hierdoor is de berekening van de betalingsverplichting door het UWV over 13 weken plus opzegtermijn correct. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft de betalingsverplichting terecht berekend over 13 weken plus de opzegtermijn.