ECLI:NL:CRVB:2012:BX1914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende onderzoek en motivering
Appellante diende een aanvraag om bijstand in nadat haar eerdere bijstand was ingetrokken wegens twijfel over haar woonadres. Het college wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij woonachtig was op het opgegeven adres. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar beoordeelde onjuist een te korte periode.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank de periode van beoordeling moest uitbreiden tot 2 december 2009 tot en met 8 februari 2010. Appellante toonde aan dat zij gedurende deze periode op het opgegeven adres woonde, onder meer door inschrijving, huurovereenkomst, aanwezigheid bij een onaangekondigd huisbezoek en verklaringen.
Het college kon onvoldoende tegenbewijs leveren om het tegendeel te bewijzen. Het sociale leven van appellante in een andere plaats en anonieme verklaringen van buurtbewoners waren niet doorslaggevend. Het college maakte ook een ongerechtvaardigd onderscheid in de woonsituatie voor en na 15 april 2010.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, herroept het eerdere besluit en bepaalt dat appellante vanaf 2 december 2009 bijstand ontvangt. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en appellante krijgt bijstand toegekend vanaf 2 december 2009.