ECLI:NL:CRVB:2012:BX1930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 procent
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV met betrekking tot de toekenning van een WAO-uitkering. Bij een eerdere tussenuitspraak heeft de Raad geoordeeld dat toepassing moest worden gegeven aan artikel 43a van de WAO, wat leidt tot een uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% vanaf 5 februari 2008.
Appellant stelde herhaaldelijk dat hij volledig arbeidsongeschikt was, maar de Raad gaf hieraan geen gehoor omdat dit reeds was beoordeeld. Daarnaast voerde appellant aan dat het dagloon en vervolgdagloon onjuist waren berekend, maar het UWV heeft dit nader toegelicht en de Raad was overtuigd van de juiste berekening, waarbij de leeftijd van appellant op de datum van toekenning leidend was.
De Raad verklaart het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigt dit besluit, maar verklaart het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het UWV de betaalde griffierechten moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering bij 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.