ECLI:NL:CRVB:2012:BX2123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep bijstand en arbeidsverplichtingen
Appellante heeft langdurig bijstand ontvangen en na een nieuwe aanvraag werd bij besluit van 20 november 2009 bijstand toegekend met arbeidsverplichtingen. Het college verklaarde haar bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante grotendeels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en ongegrond voor het overige.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellante wel procesbelang heeft bij de beoordeling van de motivering van het primaire besluit, omdat zij vergoeding van rechtsbijstandskosten had gevraagd. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beoordeelt het beroep inhoudelijk. Het besluit van 20 november 2009 is voldoende gemotiveerd, mede omdat appellante geen wijziging in haar persoonlijke omstandigheden heeft gesteld en zij eerder bijstand ontving volgens dezelfde norm.
Het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) faalt omdat na de bestuursfase nog een met waarborgen omklede rechtsgang openstaat. De arbeidsverplichtingen zijn terecht opgelegd en appellante heeft geen ontheffing gevraagd. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bijstand en arbeidsverplichtingen wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.