ECLI:NL:CRVB:2012:BX2138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste opgave zelfstandige uren
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV tot herziening en terugvordering van een WW-uitkering over de periode van 2 april 2007 tot en met 8 februari 2009, waarbij het UWV hem kwalificeerde als zelfstandige die te weinig gewerkte uren had opgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht had gehandeld.
In hoger beroep stelde appellant dat hij uren besteed aan sollicitaties ten onrechte als zelfstandige uren had moeten opgeven. Het UWV paste daarop het herzieningsbesluit gedeeltelijk aan, maar appellant bleef het hiermee oneens. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht had gehandeld bij de herziening vanaf 2 april 2007 en dat appellant niet had voldaan aan zijn inlichtingenplicht. Wel was de omvang van de herziening over bepaalde weken onjuist vastgesteld, waarop het UWV het bedrag corrigeerde.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke herzieningsbesluit gegrond, maar het beroep tegen het latere besluit van 12 augustus 2011 ongegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit van het UWV wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, het beroep tegen het latere correctiebesluit wordt ongegrond verklaard.