ECLI:NL:CRVB:2012:BX2196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid en bijstelling FML met concentratieklachten
Appellante stelde beroep in tegen een UWV-besluit dat haar WAO-uitkering verlaagde naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank had dit besluit vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
In hoger beroep heeft het UWV de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aangepast na onderzoek door een door de Raad benoemde deskundige, die concentratieproblemen vaststelde. De aangepaste FML hield rekening met deze beperkingen en concludeerde dat appellante in staat was om de werkzaamheden van de geduide functies uit te voeren.
De Raad oordeelt dat het UWV met de bijgestelde FML op juiste wijze rekening heeft gehouden met de concentratieklachten, waardoor de eerdere medische onderbouwing onjuist was en de rechtbank ten onrechte geen twijfel had aan het besluit. Het beroep tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 20 oktober 2010 wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.