ECLI:NL:CRVB:2012:BX2618

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3948 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WWArt. 15 ToeslagenwetArt. 6:162 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping besluiten UWV inzake herziening WW- en TW-uitkering en boete

Appellant ontving een WW-uitkering en toeslag op grond van de Toeslagenwet. Naar aanleiding van een signaal over inkomsten uit werkzaamheden via een uitzendbureau startte het UWV een onderzoek. Op basis hiervan herzag het UWV de uitkering en vorderde onverschuldigde bedragen terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.

Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het UWV werden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV handhaafde het standpunt niet in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom de aangevallen uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten, herroept de besluiten van 7 en 21 april 2010, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 8 juni 2010. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het griffierecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep herroept de besluiten van het UWV en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.

Uitspraak

11/3948 WW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 13 mei 2011, 10/2759 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te. B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 18 juli 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I. Nelemans, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2012. Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.A. Vermeijden.
OVERWEGINGEN
1.1. Naar aanleiding van een signaal dat appellant naast zijn uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) en toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) inkomsten zou hebben ontvangen uit werkzaamheden via een uitzendbureau is het Uwv een onderzoek gestart. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 7 april 2010 de WW-uitkering en de toeslag op grond van de TW van appellant herzien over de periode van 10 augustus 2009 tot en met 6 september 2009 en een bedrag van € 923,- aan onverschuldigd betaalde WW-uitkering en toeslag teruggevorderd. Bij besluit van 21 april 2010 heeft het Uwv appellant in verband met schending van de inlichtingenverplichting een boete opgelegd van € 100,-.
1.2. Bij besluit van 8 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv de bezwaren van appellant tegen de besluiten van 7 april 2010 en 21 april 2010 ongegrond verklaard.
2. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. In een tussenuitspraak van 22 december 2010 heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en niet met de nodige zorgvuldigheid is voorbereid. Bij brief van 16 februari 2011 heeft het Uwv de motivering van het bestreden besluit aangevuld en een rapport van 17 januari 2011 overgelegd waarin het Uwv de bevindingen van een nader onderzoek heeft neergelegd. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten.
3. Het Uwv heeft ter zitting van de Raad het in het vernietigde besluit van 8 juni 2010 neergelegde standpunt niet gehandhaafd en de Raad verzocht zelf in de zaak te voorzien.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Nu het Uwv het in het vernietigde besluit neergelegde standpunt niet handhaaft, kan de aangevallen uitspraak niet in stand blijven voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door de besluiten van 7 april 2010 en 21 april 2010 te herroepen.
5. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde
besluit van 8 juni 2010 in stand zijn gelaten;
- herroept de besluiten van 7 april 2010 en 21 april 2010 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 8 juni 2010;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 437,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem betaalde griffierecht in hoger beroep van € 112,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H. Bolt en H.G. Rottier als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2012.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) E. Heemsbergen
RK