ECLI:NL:CRVB:2012:BX2649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste toepassing appelverbod in zaak tegen Uwv
Appellante, die sinds april 2010 ongeschikt was voor haar werk, kreeg op 15 november 2010 een besluit van het Uwv dat haar ziekengeld per 22 november 2010 werd beëindigd. Zij diende op 6 december 2010 een bezwaarschrift in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het verzet van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat het appelverbod onterecht werd toegepast omdat de rechtbank buiten haar bevoegdheid trad door een vereenvoudigde behandeling toe te passen terwijl de overschrijding van de bezwaartermijn niet evident verschoonbaar was. De Raad oordeelde dat geen sprake was van een kennelijk ongegrond beroep en dat de rechtbank ten onrechte het beroep vereenvoudigd had behandeld.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het verzet gegrond, en wees de zaak terug naar de rechtbank voor voortzetting van het onderzoek. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het verzet wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.