ECLI:NL:CRVB:2012:BX2650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig meewerkend voorman schoonmaak, staakte zijn werkzaamheden in juni 2006 wegens hoofdpijn en nek- en schouderklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek stelde het UWV een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op en concludeerde dat appellant geschikt was voor andere passende arbeid, waardoor geen recht op uitkering bestond.
Appellant maakte bezwaar en werd opnieuw onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die het arbeidsongeschiktheidspercentage iets hoger inschatten maar nog steeds onder de relevante grens van 35% bleven. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege twijfel over de medische grondslag, waarna het UWV een nieuwe FML opstelde met een urenbeperking en een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vaststelde.
Het UWV kende appellant een loongerelateerde WGA-uitkering toe. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berustte. In hoger beroep stelde appellant dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, dat appellant met zijn beperkingen passende arbeid kan verrichten. Er was geen grond voor volledige arbeidsongeschiktheid of schadevergoeding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van een WIA-uitkering wordt bevestigd.