ECLI:NL:CRVB:2012:BX2675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over vaststelling eerste ziektedag en dagloon bij Ziektewet en WGA-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als projectassistente via een uitzendbureau, meldde zich op 27 april 2005 ziek wegens psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde aanvankelijk dat zij vanaf 17 oktober 2005 niet meer recht had op ziekengeld, maar na bezwaar werd dit recht hersteld.
De kern van het geschil betreft de vaststelling van de eerste ziektedag en de berekening van het dagloon voor de Ziektewet- en WGA-uitkeringen. Appellante betwistte dat 27 april 2005 als eerste ziektedag geldt en stelde dat de laatste relevante ziekmelding op 21 september 2006 was, met gevolgen voor de wachttijd en uitkeringshoogte. De rechtbank vernietigde het besluit over de eerste ziektedag wegens gebrek aan medisch onderzoek, maar verklaarde andere besluiten gegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat de conclusie dat 27 april 2005 de eerste ziektedag is, standhoudt. De Raad verklaart het hoger beroep tegen het besluit over de eerste ziektedag niet-ontvankelijk en bevestigt de overige besluiten. Het beroep tegen de vaststelling van het dagloon en de wachttijd wordt ongegrond verklaard. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het besluit over de eerste ziektedag en ongegrond voor de overige besluiten; de vaststelling van 27 april 2005 als eerste ziektedag en de dagloonberekening worden bevestigd.