ECLI:NL:CRVB:2012:BX2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Verzoeker, afkomstig uit Irak en sinds 2007 in Nederland, ontving aanvankelijk een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en een bijstandsuitkering. Na intrekking van zijn verblijfsvergunning door de IND en het afwijzen van een nieuwe aanvraag voor medische behandeling, beëindigde het college de bijstandsuitkering per 1 april 2011 omdat verzoeker niet langer over een geldige verblijfstitel beschikte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van verzoeker tegen deze beëindiging ongegrond en wees ook het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verzoeker voerde aan dat hij vanwege medische noodzaak een uitkering nodig had om in zijn woning te blijven en noodzakelijke kosten te dekken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep op artikel 8 en Pro artikel 3 EVRM Pro geen positief resultaat kan opleveren, verwijzend naar recente jurisprudentie. De Raad bevestigde dat het college terecht de uitkering heeft beëindigd omdat verzoeker niet tot de kring van gerechtigden op grond van de WWB behoort. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het hoger beroep van verzoeker werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van verzoeker wordt terecht beëindigd wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.