ECLI:NL:CRVB:2012:BW9683
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand aan vreemdeling zonder verblijfstitel op grond van WWB
Verzoeker, geboren in Suriname en zonder Nederlandse verblijfstitel, vroeg bijzondere bijstand voor tandartskosten en algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat verzoeker niet tot de kring van rechthebbenden behoorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
Verzoeker stelde dat zijn handicap en de ernst van zijn situatie een schending van artikel 3 EVRM Pro vormden en dat op grond van artikel 8 EVRM Pro in combinatie met artikel 14 EVRM Pro bijzondere bescherming en hulp geboden moesten worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de WWB geen uitkering toekent aan vreemdelingen zonder verblijfstitel en dat positieve verplichtingen uit het EVRM niet via de WWB kunnen worden nageleefd, maar bij de bestuursorganen die belast zijn met de uitvoering van voorzieningen voor vreemdelingen liggen.
De voorzieningenrechter liet de vraag of verzoeker als kwetsbaar persoon bijzondere bescherming geniet op grond van artikel 8 EVRM Pro in het midden en bevestigde dat het college terecht de aanvraag afwees. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat verzoeker geen recht heeft op bijstand zonder verblijfstitel.