ECLI:NL:CRVB:2012:BX2742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging bijstand wegens vermeend misleiden over knieklachten
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd medisch onderzocht vanwege zijn arbeidsmogelijkheden. Uit het medisch onderzoek bleek dat hij in het verleden ernstig knieletsel had opgelopen, maar recentelijk geen klachten meer ervoer behalve bij zwaar tillen. Appellant werd aangemeld voor een opleiding tot taxichauffeur, maar het taxibedrijf stopte het traject vanwege medische problemen die appellant had gemeld.
Het college legde appellant een verlaging van de bijstand op wegens zeer ernstig tekortschieten, omdat hij door het melden van medische problemen de mogelijkheid misliep om betaald werk te verkrijgen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant knieklachten had voorgewend. De medische situatie was niet nader onderzocht en appellant was niet in de gelegenheid gesteld zijn klachten met medische stukken te onderbouwen. Hierdoor handelde het college in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb. De Raad vernietigde het besluit en herroept het, en veroordeelde het college tot vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs van voorwenden knieklachten.