ECLI:NL:CRVB:2012:BX3174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving van 14 augustus 2007 tot 9 september 2008 bijstand op grond van de WWB. Bij een nieuwe aanvraag bleek dat appellant niet had gemeld dat hij een Harley Davidson motor en een Peugeot cabriolet bezat. Appellant overhandigde taxatierapporten uit 2009 die de waarde van de voertuigen schatten, maar deze rapporten waren onvolledig en niet deugdelijk.
Het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel trok de bijstand over de periode in geding in en vorderde de kosten terug, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij niet de volledige eigenaar was van de voertuigen en dat door het ontbreken van essentiële waardebepalende gegevens zoals bouwjaar, type en kilometerstand de waarde van de motor en auto niet betrouwbaar kon worden vastgesteld met behulp van de ANWB/Bovag koerslijst. De taxatierapporten boden onvoldoende duidelijkheid over de waarde in de periode in geding, waardoor het college terecht tot intrekking en terugvordering kon besluiten.
De Raad verwierp de gronden van appellant in hoger beroep, die vooral een herhaling vormden van eerdere argumenten, en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.