ECLI:NL:CRVB:2012:BX3345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewet-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid bij aanvang dienstverband
Betrokkene, langdurig werkzoekende, is van 1 november 2009 tot 31 januari 2010 in dienst geweest bij een werkgever, maar meldde zich op 4 november 2009 ziek. De bedrijfsarts stelde vast dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden had. Appellant, het UWV, weigerde de Ziektewet-uitkering op grond van artikel 44 ZW Pro omdat betrokkene bij aanvang van het dienstverband al vermoeidheidsklachten had door een traag werkende schildklier.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze weigering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek onvoldoende was omdat niet was vastgesteld of de ernst van de klachten op 1 november 2009 zodanig was dat betrokkene volledig ongeschikt was voor licht productiewerk. De rechtbank gaf appellant de gelegenheid dit nader te motiveren.
Appellant overhandigde een rapport van een bezwaarverzekeringsarts, maar de rechtbank vond dit onvoldoende omdat er geen aanvullende informatie was ingewonnen bij de huisarts of internist. De Centrale Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de medicatiegegevens niet overeenkomen met de stelling van appellant. De Raad draagt appellant op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij aanvullend medisch onderzoek wordt verricht en duidelijkheid wordt verschaft over de aard van de werkzaamheden en de belasting daarvan.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd en appellant wordt opgedragen het besluit te herstellen met aanvullend onderzoek.