ECLI:NL:CRVB:2012:BX3351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding werkzaamheden automonteur
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en verrichtte gedurende deze periode werkzaamheden als automonteur en hield zich bezig met autohandel. Ondanks meerdere anonieme meldingen en een uitgebreid onderzoek door de gemeente en sociale recherche, heeft appellant deze werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende inkomsten niet gemeld aan het college.
Het college trok de bijstand over de betreffende periodes in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellant en zijn ex-partner voldoende concreet waren om aan te nemen dat appellant structureel werkzaamheden verrichtte met economische waarde.
Appellants verweer dat het om hobbymatige activiteiten ging en dat hij niet wist dat hij de inkomsten moest melden, werd verworpen. De Raad benadrukte dat alle inkomsten gemeld moeten worden, ongeacht de aard van de activiteiten. Door deze informatieplicht te schenden, kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die appellant gerechtvaardigde verwachtingen konden geven. Ook waren er geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens niet-melding van werkzaamheden en inkomsten.