ECLI:NL:CRVB:2012:BX3355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellant ontving bijstand sinds 2002 en werd onderzocht door de gemeente Veenendaal vanwege vermoedens van handel in auto's zonder melding aan het college. Uit onderzoek bleek dat kentekens van motorvoertuigen tijdelijk op naam van appellant stonden, wat duidt op transacties. Het college trok de bijstand over meerdere maanden in en vorderde terugbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep voerde appellant aan dat hij slechts als vriendendienst voor zijn neef handelde en geen winst maakte. Hij overhandigde stukken van een autobedrijf ter onderbouwing, maar kon geen aan- en verkoopbewijzen tonen.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet betrokken was bij de transacties. De verklaringen van appellant en betrokkenen waren tegenstrijdig en niet onderbouwd met objectieve gegevens. Daarom kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en onvoldoende bewijs van het ontbreken van handelsactiviteiten.