ECLI:NL:CRVB:2012:BX3453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde op grond van onderzoek vast dat zij gedurende twee periodes een gezamenlijke huishouding voerde met respectievelijk [B.] en [v. O.], zonder dit te melden. Daarnaast waren er vermoedens van niet opgegeven inkomsten uit drugshandel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellante en haar partner in beide periodes hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg droegen voor elkaar, waardoor appellante geen recht had op bijstand als alleenstaande ouder.
Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij bij correcte melding alsnog volledige bijstand had ontvangen, mede vanwege onvolledige openheid over de financiële situatie. De financiële zorg voor haar minderjarige kind vormt geen dringende reden om terugvordering achterwege te laten. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.