ECLI:NL:CRVB:2012:BX3722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAJONG-uitkering zonder dringende redenen
Appellante ontving vanaf november 2007 een Ziektewet-uitkering en vanaf november 2008 een WAJONG-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Het UWV herzag later deze WAJONG-uitkering naar 25-35% en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij redelijkerwijs kon weten dat zij geen recht had op beide uitkeringen en dat er geen dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door het UWV was bevestigd dat zij beide uitkeringen mocht ontvangen en dat het beroep op opgewekt vertrouwen ten onrechte was afgewezen. De Centrale Raad oordeelde echter dat het herzieningsbesluit onherroepelijk is en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel geen doel treft. Het UWV is verplicht de onverschuldigde betalingen terug te vorderen tenzij dringende redenen aanwezig zijn.
De Raad onderschreef de rechtbank dat geen dringende redenen zijn gebleken. Fouten of toezeggingen van het UWV kunnen geen reden zijn om terugvordering te voorkomen. Appellante bracht ook in hoger beroep geen omstandigheden aan die de sociale of financiële gevolgen van terugvordering onaanvaardbaar maken. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAJONG-uitkering wordt bevestigd.