ECLI:NL:CRVB:2012:BX3766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid tot eigen arbeid
Appellant meldde zich ziek en verzocht om ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV weigerde dit omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt werd geacht voor zijn eigen arbeid, zoals vastgesteld in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts zwaar liet wegen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het behandeladvies van psychiater Van Oss onvoldoende werd meegewogen en dat zijn psychische beperkingen ernstiger waren dan aangenomen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was, dat er geen aanwijzingen waren voor een actueel psychisch toestandsbeeld dat beperkingen zou veroorzaken, en dat de bezwaarverzekeringsarts terecht het advies van een andere psychiater meegewogen had. Het behandeladvies van Van Oss, dat dateerde van vóór de datum in geding, leidde niet tot een ander oordeel.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.