ECLI:NL:CRVB:2012:BX3768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant had een WAO-uitkering die op 5 januari 2009 werd herzien door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45% in plaats van 80 tot 100%. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsarts Niemeijer en bezwaarverzekeringsarts Van Bruggen, die op basis van eigen onderzoek en aanvullende informatie tot het oordeel kwamen dat er wel beperkingen zijn in het persoonlijk en sociaal functioneren, maar geen urenbeperking geïndiceerd is. Er waren geen nieuwe medische feiten of inzichten die een andere beoordeling zouden rechtvaardigen.
Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan en herhaalde zijn standpunt dat de herziening ten onrechte met ingang van 6 maart 2009 was vastgesteld, omdat na die datum aanvullende informatie was ingewonnen. De Raad verwierp dit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij ook werd geoordeeld dat de ingangsdatum van de herziening in overeenstemming is met het toepasselijke Besluit Einde wachttijd en uitlooptermijn WAO, WAZ en WAJONG 1999.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met ingang van 6 maart 2009.