ECLI:NL:CRVB:2012:BX3885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering ZW-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Appellant werd geacht van 6 juli tot en met 25 oktober 2009 in dienst te zijn geweest van een uitzendbureau en ontving een Ziektewetuitkering vanaf 26 oktober 2009. Het UWV stelde op basis van een onderzoek en een Rapport Werknemersfraude vast dat er geen daadwerkelijke arbeid was verricht en dat sprake was van een gefingeerd dienstverband. De ZW-uitkering werd daarom beëindigd en teruggevorderd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk arbeid had verricht en dat het onderzoek van het UWV onvoldoende was, mede vanwege taalproblemen en het seponeren van zijn strafzaak. De Raad concludeerde echter dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verklaringen van de eigenaren van het bedrijf en het fraudeonderzoek overtuigend waren. De discrepanties in de verklaringen van appellant konden niet worden toegeschreven aan taalproblemen.
De Raad wees erop dat de bestuursrechter niet gebonden is aan uitspraken in strafzaken en dat het seponeren van de strafzaak niet afdoet aan de bestuursrechtelijke beoordeling. De verklaringen van getuigen die appellant steunden waren onvoldoende concreet om het gefingeerde dienstverband te weerleggen. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant ten onrechte als werknemer werd aangemerkt en dat het UWV terecht de uitkering heeft herzien en teruggevorderd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de ZW-uitkering herzien en teruggevorderd wegens een gefingeerd dienstverband.