ECLI:NL:CRVB:2012:BX4013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering bij werkzaamheden als zelfstandige
Appellant stelde beroep in tegen besluiten van het UWV die zijn WW-uitkering herzien en teruggevorderd hadden wegens werkzaamheden als zelfstandige die onvoldoende waren verantwoord op werkbriefjes. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het UWV onvoldoende informatie had verstrekt en dat zijn adviseur op de hoogte was van zijn zelfstandige activiteiten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV bevoegd was tot herziening en terugvordering op grond van de Werkloosheidswet en dat de terugvordering verplicht was, aangezien geen dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig waren. De Raad stelde vast dat het beleid van het UWV, vastgelegd in een Handleiding voor ZZP-herbeoordeling, consistent was toegepast en dat appellant onvoldoende uren als zelfstandige had opgegeven.
De Raad vernietigde de eerdere besluiten van 14 april 2008 en 15 december 2010 voor zover deze betrekking hadden op herziening en terugvordering, verklaarde het beroep tegen het besluit van 20 december 2011 ongegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 20 december 2011 wordt ongegrond verklaard en eerdere besluiten over herziening en terugvordering worden vernietigd.