ECLI:NL:CRVB:2012:BX4038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en arbeidsongeschiktheid bij weigering WIA-uitkering
Appellant, een schilder die sinds december 2006 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten, verzocht om een WIA-uitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen groter waren, onder meer door slaap- en vermoeidheidsproblemen en vermijdingsgedrag.
De Raad stelde vast dat een zorgvuldig onderzoek was verricht, waarbij een verzekeringsarts en een psychiater betrokken waren. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onderschatte de beperkingen niet. Zowel de medische als arbeidskundige rapporten wezen uit dat appellant geschikt was voor een aantal functies, en de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder ongeschiktheid voor bepaalde functies en onvoldoende toepassing van wettelijke bepalingen. De Raad oordeelde dat deze gronden onvoldoende waren onderbouwd en bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen recht op WIA-uitkering heeft.