ECLI:NL:CRVB:2012:BX4324
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om maatschappelijke opvang en voorlopige voorziening op grond van Wmo en vreemdelingenwet
Verzoeker, met ernstige hart- en psychiatrische klachten, vroeg om hulp in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en een voorlopige voorziening om woonlasten te kunnen betalen tijdens zijn verblijfsrechtelijke procedures.
Het college wees de aanvraag af omdat verzoeker vanaf 15 juni 2011 rechtmatig verblijf had en aanspraak kon maken op opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Voor de periode april tot juni 2011 ontving verzoeker een bijdrage van €375 per maand uit het Fonds Gevolgen Vreemdelingenwetgeving (FGV).
De voorzieningenrechter oordeelde dat het toegekende bedrag voor tijdelijke opvang toereikend was en dat verzoeker geen gebruik maakte van de door het COA aangeboden opvangvoorziening, wat voor zijn risico kwam. Hierdoor was er geen noodzaak tot maatschappelijke opvang en werd het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding afgewezen.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd. Er was geen sprake van een schending van artikel 8 EVRM Pro die het college zou dwingen tot aanvullende opvang. De voorzieningenrechter zag geen grond voor een veroordeling in proceskosten.
Deze uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 25 juli 2012.
Uitkomst: Verzoek om maatschappelijke opvang en voorlopige voorziening wordt afgewezen; aangevallen uitspraak bevestigd.